De directe donateurs zijn al op de hoogte gebracht, met dit bericht het nieuws aan allen die het lezen zal: het project Anna’s Place wordt niet verder doorgezet...
Er zijn in de afgelopen tijd verschillende onzekerheden ontstaan waardoor ik een
succes van het project niet meer kan garanderen. Zonder die ‘garantie’ wil ik de (financiële) afhankelijkheid op dit moment liever niet aangaan en zet ik
project Anna’s Place aldus niet door...
Ik kan me voorstellen dat je nieuwsgierig bent naar wat het afgelopen jaar mij gebracht heeft, wat de struggles zijn geweest en hoe ik nu tot deze keuze gekomen ben. Daarom heb ik onder dit korte bericht een verhaal geschreven dat je een globaal beeld zal schetsen.
De donaties die Anna’s Place van onder andere de 1% leden heeft ontvangen worden doorgedoneerd aan Beth Uriel – House of Light, de moederorganisatie van Anna’s Place. Beth Uriel biedt aan 26 (voormalig) gedepriveerde jongeren een thuis. Een warm en veilig thuis waarin zij gestimuleerd worden zichzelf te ontplooien tot hun volle potentie.(voor meer info, zie www.bethuriel.co.za)
Op het moment is de organisatie heel hard aan het sparen voor een nieuwe auto; een bakkie. Betrouwbaar transport is voor een organisatie ontzettend belangrijk. Temeer omdat de organisatie van Beth Uriel gevestigd is in Kaapstad: een stad waar publiek transport niet altijd even betrouwbaar is, niet altijd even toegankelijk en bovendien best lastig als je bijvoorbeeld boodschappen doen moet om dertig monden te kunnen vullen – voor ontbijt, lunch én avondeten.
Ik ben ontzettend dankbaar dat de 1% donateurs ervoor gekozen hebben Beth Uriel te helpen in deze! Ik zal spoedig wat foto’s op deze weblog plaatsen. Hopelijk zal ik spoedig ook een foto kunnen plaatsen van de nieuwe bakkie... :)
-----------------------
Een jaar...
Het is nu een jaar geleden. Een jaar geleden ben ik in Kaapstad gaan wonen met de volle overtuiging Anna’s Place hier binnen een ‘mum van tijd” te zullen gaan realiseren. Nu had ik er op zich wel op geanticipeerd dat die “mum van tijd” wat optimistisch kon zijn. Zelfs had ik er ergens op geanticipeerd dat het project in het geheel zou kunnen falen. Niet zozeer omdat ik beperkingen in het concept zag, meer door de reputatie die Kaapstad –vooral lokaal - heeft. Met name Zuid-Afrikaanse vrienden en kennissen hebben geprobeerd mijn richting te veranderen: “Schitterend idee, maar zou je dat nou wel doen? Het is verdomde moeilijk hier iets te beginnen hoor...” Vastberaden verzekerde ik hen dat ik het “lekker toch” zou gaan proberen. Al was het alleen maar dat ik het een allerminst prettig idee vond om deze geschetste onmogelijkheid zonder meer voor waarheid aan te nemen. Daarmee ervoor kiezend dat ik in comfortabel Nederland zou blijven met het risico dat ik het mijzelf niet gemakkelijk zou vergeven het project niet op zijn minst een kans te geven.
Nu, bijna precies een jaar later, heb ik toch de handdoek in de ring gegooid. Het boek Anna’s Place krijgt een onverwachte nieuwe pagina: “plan volbracht, project gefaald”, staat daarop geschreven.
Net zoals bij zoveel gevolgen, heeft ook deze meerdere oorzaken. Een jaar geleden kwam ik in Kaapstad aan met een prachtig business plan en een goed netwerk. Missende link: de fondsen. Erg vond ik dat niet. Het meest belangrijke vond ik dat ik hier kon zijn om mijn netwerk te kunnen onderhouden en verder uit te breiden. De fondsen kon ik ook vanuit hier aanvragen en bovendien bleef Sanne – mijn fantastische partner in crime –in Nederland en kon aldaar Anna’s Place in levende lijve vertegenwoordigen. Bovendien vond ik het belangrijk dat (ook) de Zuid-Afrikaanse overheid of corporate instituties onderdeel konden zijn van dit project. Ik vond dat tevens zij verantwoordelijkheid zouden moeten dragen voor de sociale problematiek in hun stad. Ook wilde ik hiermee het imago van de buitenlandse hulpverlener die “in Afrika mensen komt helpen” deels vermijden. ‘Hulpverlenen’ doe je, om je doelen te kunnen bewerkstelligen, het liefst samen en mij leek een Zuid-Afrikaanse partner of geldschieter een vanzelfsprekende optie.
Zuid-Afrikaanse partners en daarmee linkjes naar andere mogelijk betrokkenen had ik: AMAC bijvoorbeeld. Een geweldige organisatie die (voormalig) gedepriveerde jongeren trainingen in verschillende kunstvormen aanbood. Niet lang na mijn wederkeer in Kaapstad bleek dat AMAC wegens financiële omstandigheden haar deuren niet langer meer kon openhouden. Hoewel een zonde voor deze prachtige organisatie, dacht ik dat het voor Anna’s Place geen schande zou zijn: de mensen en hun passies bestaan immers nog. Echter, geen van hen heb ik nog kunnen bereiken...
Mijn andere Zuid-Afrikaanse partner, die ik voor de nettigheid liefst anoniem hou, zou zijn passie voor het koken en bakken van lekkere dingen inzetten. Vlak na mijn wederkeer bleek dat persoonlijke omstandigheden hem erin belemmerde er voor anderen te kunnen zijn. Ook al was het zijn passie. Helaas, in mijn up zou het toch iets teveel worden.
Zo bevond ik mij in een situatie waarin ik behalve mijzelf slechts de jongeren nog had. En de sociaal werkers die voor hen zorgen natuurlijk. Maar met zoveel jongeren die allemaal hun passies, maar ook hun streken hebben en er tegelijkertijd zo weinig beschikbare middelen zijn, hebben deze sociaal werkers over het algemeen en begrijpelijkerwijs hun handen vol.
Een andere half gouvernmentele organisatie schoot na aandringen van mijn kant toch te hulp, zowel in mankracht als in fondsen zouden zij mij veel kunnen bieden. Ik bood hun mijn project aan. Zij verwachtten op dat moment fondsen vanuit de overheid welke zij behoorden in te zetten voor job creation en skills development in de tourism & hospitality industry. Geweldig! Typisch geval van een-en-een-is-drie. Dit vonden zowel de organisatie als ik. Prachtig. Echter, tijdens mijn laatste gesprek met hen bleek dat de fondsen waren verdwenen. Niemand wist van de whereabouts van deze grote som geld. Het zou wel weer terechtkomen en we sloten af met een verzekerd “we houden contact”.
Ik heb inderdaad geprobeerd dit contact te behouden. Het vooruitzicht was geweldig: met deze samenwerking zou Anna’s Place een prachtig plekje kunnen krijgen binnen het ontwikkelingsplan van een centraal gedeelte in de stad. Een ontwikkelingsproject vanuit de Westkaapse overheid in samenwerking met verschillende lokale non profit organisaties. Echter, na het “we houden contact” zijn mijn telefoontjes evenals mijn e-mails onbeantwoord gebleven. Geen idee waarom.
Een kennis schiet te hulp: ze wil een Boutique Backpackers openen in het centrum van de stad. Het mooie en ontzettend geschikte gebouw heeft echter zoveel ruimte op de begane grond, dat ze niet zo goed weet wat ze er mee aan moet. We gaan samen het gebouw bekijken. Glurend door de ramen droom ik weg en zie Anna’s Place in actie, precies zoals ik het hebben wil! Fantastisch: de kennis en ik kunnen een partnership aangaan. Zij voldoet aan de Black Economic Empowerment (BEE) voorwaarden voor haar bedrijf, ontvangt de gewenste lening van haar bank en ik heb een pand met de benodigde toebehoren. Echter; de verhurende eigenaar van het pand blijkt zelf een geweldig plan te hebben voor het gebouw en dat wil hij over twee jaar (in 2010) gaan realiseren. Twee jaar is te kort om een goedlopende Backpackers te realiseren. Helaas...
Mijn eigen bankafschriften laten me ondertussen zien dat mijn spaarcentjes opraken. Mijn geduld en inspiratie raken eigenlijk ook een beetje op. Daar wil ik echter nog niets van weten en zet door. Ik heb alleen even geen idee meer van welke richting ik moet gaan. Van familie en vrienden en zelfs van geheel onbekenden krijg ik lieve berichtjes die me bemoedigen. Volhouden dus.
Met de tijd neemt het aantal restaurantjes in Kaapstad toe: 2010 (het WK jaar) komt eraan en blijkt voor velen een goede motivatie om een klein of juist heel groots horecabedrijf te starten. Logisch. Enerzijds goed te zien dat locals initiatieven kunnen nemen om van 2010 te kunnen profiteren. Anderzijds kijk ik met toch een beetje weemoed naar “mijn” gunstige markt die steeds meer verzadigd raakt. Tegelijkertijd zie ik steeds meer restauranteigenaren worstelen met het afnemend aantal mensen dat hun etablissement bezoekt. En als ze al komen eten of drinken, geeft men minder geld uit. Begrijpelijk, want alles is duurder geworden en de kredietrentes zijn omhoog gegaan. Alles is echter ook voor de uitbaters van de restaurants duurder geworden. Onzekere tijden...
Desondanks wil ik nog niet opgeven. Ik wil mijn kunnen uitdagen door in ieder geval te proberen verder te komen. Ik netwerk verder. De fondsaanvragen heb ik even stilgelegd: wat als ik nu fondsen krijg, maar geen pand, noch mankracht heb?
“Helaas Pindakaas” bleek uiteindelijk toch de conclusie die ik heb moeten trekken. De onzekerheid van de markt, de afwezigheid van een goed gefundeerd en functionerend netwerk, de vele mensen en organisaties die moeite hebben hun hoofd boven water te houden en mijn eigen financiële toestand maken dat ik toch tot het moeilijke besluit ben gekomen: ik geef op.
En zo verstuurde ik het volgende bericht naar alle lieve mensen die me niet alleen afgelopen jaar, maar ook in de voorbereidende tijd ontzettend hebben gesteund: “Broke Expat returns Home”. Helaas.
Graag wil ik wel nog vermelden dat hoewel ik dit plan nu als “niet geslaagd” moet bestempelen, de ‘legacy’ van Anna’s Place doorleeft. Wie weet dat Anna, ergens in de toekomst en waar ook ter wereld, toch ooit nog eens een Place zal bouwen... Dus:
TO BE CONTINUED (?)